IFD: Uitbreidingsmechanisme van IFC

Termen > IFD: Uitbreidingsmechanisme van IFC

In IFC zitten een aantal vaste afspraken over hoe men bouwkundige elementen moet beschrijven en opslaan. Het gaat bijv. over muren, vloeren, deuren, daken, enz… Niet álle bouwkundige elementen zijn in IFC vastgelegd. Scharnieren of gipskartonplaten bijvoorbeeld niet. Dat zou de standaard te uitgebreid en complex maken om in de praktijk te gebruiken; daarnaast zou de standaard nooit af zijn. Daarom heeft IFC een uitbreidingsmogelijkheid (of ‘extensiemechanisme’) waardoor iedereen eigen nieuwe elementen kan aanmaken of extra eigenschappen aan bestaande kan toevoegen. Deze mechanismen worden in IFC genoemd respectievelijk ‘proxy’ (nieuw object zoals scharnier) en ‘propertysets’ (uitbreiden van eigenschappen van bijv. een deur). Met een beperkte groep mensen kun je samen afspreken wat en hoe je iets beschrijft. Daarmee ontstaat een mini-standaard voor die specifieke groep van mensen die zich houden aan de gemaakte afspraak. Hoewel de afspraken, en de structuur ervan, extern worden opgeslagen wordt de uiteindelijke data (dus de invulling van de eigenschappen) wel ‘gewoon’ in een IFC file geschreven.

Voorbeeld: verschillende partijen willen samen afspreken hoe ze voortaan informatie over een gipskartonplaat gaan uitwisselen. Verschillende partijen spreken af dat gipskartonplaten in hun IFC files een dikte, materiaal, geluidsisolatie en kleur hebben. Deze afspraak leggen ze vast in een definitie die ze ergens op internet zetten. Bij het uitwisselen van IFC data waar een gipskartonplaat in voorkomt worden vanaf nu altijd de vastgestelde eigenschappen ingevuld. In een IFC file staat dan bijvoorbeeld ‘12mm’, ‘gips’, ‘5db’ en ‘wit’. Ook staat er een link naar de plek op internet waar de afspraken te vinden zijn. In een andere file staan andere waarden (omdat het gaat om een andere gipsplaat), maar de structuur en de link naar de definitie is in al hun IFC files hetzelfde.